
Omschrijving
MBC 2 – 6 720 810 583 (2014/02) 7
2.2.5 Schakelvolgorde algemeen
Deschakelvolgordebepaaltwelkcv-toestelalseerstecv-toestel,enwelk
cv-toestel als tweede cv-toestel wordt ingeschakeld.
De schakelvolgorde is op 2 manieren in te stellen:
• vaste volgorde cv-toestel 1 - cv-toestel 2;
• automatische volgordeomkering.
Zievoorhetveranderenvandezeinstelling§ 3.3“Elektrischeaansluiting
en instellingen”.
Vaste volgorde cv-toestel 1 - cv-toestel 2
Indien de MBC 2 staat ingesteld op “vaste volgorde cv-toestel 1– cv-toe-
stel 2”, dan wordt de schakelvolgorde bepaald door de wijze waarop de
cv-toestellen zijn aangesloten op de MBC 2. Dit betekent dat cv-toestel 1
(contactKenL)altijdalseerstecv-toestel wordt ingeschakeld, en cv-toe-
stel 2 (contact M en N) altijd als tweede cv-toestel wordt ingeschakeld.
Indien de MBC 2 staat ingesteld op “vaste volgorde cv-toestel 1– cv-toe-
stel 2”, dan worden er geen bedrijfsuren bijgehouden.
Automatische volgordeomkering
Indien de MBC 2 staat ingesteld op “automatische volgordeomkering”,
dan wordt de schakelvolgorde bepaald aan de hand van het aantal be-
drijfsuren van de cv-toestellen.
Het doel van “automatische volgordeomkering” is het gelijkmatig verde-
len van de bedrijfsuren over beide cv-toestellen, hetgeen bevorderlijk is
voor de levensduur van de cv-toestellen. Om deze reden is de MBC 2 fa-
brieksmatig ingesteld op “automatische volgordeomkering”.
Indien de MBC 2 staat ingesteld op “automatische volgordeomkering”,
dan bepaalt de MBC 2 wekelijks welk cv-toestel de minste bedrijfsuren
heeft gemaakt. Dit cv-toestel wordt gedurende de hele week als eerste
cv-toestel ingeschakeld. Het cv-toestel met de meeste bedrijfsuren
wordt gedurende de hele week als tweede cv-toestel ingeschakeld. Dit
betekent dat cv-toestel 1 niet altijd als eerste cv-toestel wordt ingescha-
keld,en cv-toestel 2niet altijdalstweede cv-toestel wordtingeschakeld.
Aan het eind van de week wordt de volgorde van inschakelen opnieuw
bepaald.
Bij spanningsonderbreking van de MBC 2 worden de bedrijfsurentellers
op nul gezet, dit betekent dat het begin van de week wordt bepaald door
het moment van inbedrijfstelling van de MBC 2.
2.2.6 Wachttijd voor het inschakelen van het tweede cv-toestel
Indien het tijdens cv-bedrijf noodzakelijk is dat ook het tweede cv-toe-
stel wordt ingeschakeld, dan zal dit pas gebeuren nadat de “wachttijd
voor het inschakelen van het tweede cv-toestel”, en de eventuele anti-
pendeltijd is verstreken.
De “wachttijd voor het inschakelen van het tweede cv-toestel” gaat in op
het moment dat de vermogensvraag van het eerste cv-toestel 100% is.
De “wachttijd voor het inschakelen van het tweede cv-toestel” is door
middel van een potmeter op de MBC 2 instelbaar tussen 0 en 30 minu-
ten. Fabrieksmatig is deze ingesteld op 3 minuten.
Zie voor het instellen van de “wachttijd voor het inschakelen van het
tweede cv-toestel” § 3.3 “Elektrische aansluiting en instellingen”.
2.2.7 Anti-pendelprogramma algemeen
Om te voorkomen dat de cv-toestellen meer schakelingen maken dan
noodzakelijk, is de MBC 2 voorzien van een anti-pendelprogramma.
Het anti-pendelprogramma is niet werkzaam tijdens warmwaterbedrijf.
Afhankelijk van het regelprincipe van de ModuLine (iRT) thermostaat,
zijn er 2 manieren waarop het anti-pendelprogramma werkzaam kan
zijn, te weten:
• anti-pendelprogramma bij modulerende ruimtetemperatuurrege-
ling;
• anti-pendelprogramma bij modulerende weersafhankelijke regeling.
Voor beide manieren geldt dat:
• indien de wachttijd voor het inschakelen van het tweede cv-toestel
zodanig is ingesteld dat deze langer is dan de anti-pendeltijd, dan
vervalt de antipendeltijd en geldt de ingestelde wachttijd voor het in-
schakelen van het tweede cv-toestel;
• het anti-pendelprogramma wordt opgeheven indien de MBC 2 span-
ningsloos wordt gemaakt.
Anti-pendelprogramma bij modulerende ruimtetemperatuurrege-
ling
Hetanti-pendelprogrammabijmodulerenderuimtetemperatuurregeling
treedt in werking op het moment dat beide cv-toestellen in bedrijf zijn en
de warmtevraag van de modulerende ruimtetemperatuurregeling zoda-
nig daalt, dat het tweede cv-toestel wordt afgeschakeld.
Indien het anti-pendelprogramma bij modulerende ruimtetemperatuur-
regeling in werking treedt, dan wordt het tweede cv-toestel gedurende
een antipendeltijd van 5 minuten uit bedrijf gehouden. Deze anti-pen-
deltijd wordt gerekend vanaf het moment van afschakelen van het twee-
de cv-toestel.
Tevens blijft het eerste cv-toestel modulerend in bedrijf. Indien de
warmtevraag van de modulerende ruimteregeling is gedaald onder het
minimalevermogen van heteerstecv-toestel, danblijft heteerstecv-toe-
stel met intervallen in bedrijf op minimaal vermogen.
De lengte van deze intervallen is afhankelijk van de warmtevraag van de
modulerende ruimtetemperatuurregeling.
Hetanti-pendelprogrammabijmodulerenderuimtetemperatuurregeling
wordt opgeheven indien:
• hettweede cv-toestel gedurendede anti-pendeltijdvan 5 minutenuit
is geweest;
• of bij het eerste cv-toestel gedurende de anti-pendeltijd van 5 minu-
ten een blokkerende of vergrendelende storing is opgetreden;
• of bij het eerste cv-toestel een warmtevraag voor de warmwatervoor-
ziening is opgetreden.
Anti-pendelprogramma bij modulerende weersafhankelijke rege-
ling
Het anti-pendelprogramma bij modulerende weersafhankelijke regeling
treedt in werking:
• op het moment dat alléén het eerste cv-toestel in bedrijf is, en de
warmtevraag van de modulerende weersafhankelijke regeling zoda-
nig daalt, dat dit eerste cv-toestel wordt afgeschakeld;
• of op het moment dat beide cv-toestellen in bedrijf zijn, en de warm-
tevraag van de modulerende weersafhankelijke regeling zodanig
daalt, dat het tweede cv-toestel wordt afgeschakeld.
Indien het anti-pendelprogramma bij modulerende weersafhankelijke
regeling in werking treedt, dan wordt het cv-toestel die het laatst is afge-
schakeld, gedurende een anti-pendeltijd van 5 minuten uit bedrijf ge-
houden.
Het anti-pendelprogramma bij modulerende weersafhankelijke regeling
wordt opgeheven indien:
• het cv-toestel die het laatst is afgeschakeld gedurende de anti-pen-
deltijd van 5 minuten uit is geweest;
• ofbijhet eerstecv-toestelgedurende het anti-pendelprogrammaeen
blokkerende of vergrendelende storing is opgetreden;
• ofbijeencv-toesteleenwarmtevraagvoordewarmwatervoorziening
is opgetreden;
• of wanneer het setpoint op de modulerende weersafhankelijke rege-
ling zodanig wordt verhoogd, dat dit een verhoging van de gewenste
aanvoertemperatuur oplevert van tenminste 5 K. Dit kan worden ge-
daan ten behoeve van een snellere opwarming van de installatie of
ten behoeve van servicewerkzaamheden.
Indien het anti-pendelprogramma bij modulerende weersafhankelijke
regeling wordt opgeheven, dan zal bij stijgende warmtevraag, van de
modulerende weersafhankelijke regeling, het cv-toestel die het laatst is
afgeschakeld in bedrijf komen. Dit cv-toestel zal gedurende 3 minuten
minimaal vermogen leveren. Na het verstrijken van deze 3 minuten, zal
het cv-toestel gedurende de volgende 3 minuten, rustig omhoog modu-
leren tot maximaal vermogen.