
9
5. Ingebruikname
De NexSys®CORE ATEX-batterijen worden in geladen
toestand geleverd. Controleer volgende items:
1. De batterij moet proper zijn, evenals het
batterijcompartiment van het voertuig.
2. Zorg ervoor dat er systemen geïnstalleerd zijn
om te voorkomen dat de batterij op de verkeerde
oplaadapparatuur aangesloten wordt. Zorg ervoor dat alle
verbindingen correct zijn en dat de positieve en negatieve
polariteiten, die duidelijk aangegeven staan op de stekkers,
gerespecteerd worden. Verkeerde verbindingen kunnen
leiden tot beschadiging van de batterij, het voertuig of de
lader.
3. De laadapparatuur moet geschikt zijn voor gebruik met
NexSys®CORE ATEX-batterijen.
4. Laad de batterij op voor het eerste gebruik.
5. Als er twijfel is over de aard van de gevaarlijke zone,
contacteer dan de vertegenwoordiger van de apparatuur.
6. Gebruik
6.1 Gebruiksveiligheid
De batterijen moeten gebruikt worden in overeenstemming
met de EN 62485-3-norm (‚Veiligheidseisen voor oplaadbare
batterijen en batterij-installaties – Deel 3‘) en de Richtlijn
1999/92/EC (‚Minimumvoorschriften voor de verbetering
van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van
werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen
lopen‘).
6.2 Gebruiksomstandigheden
Het ATEX-goedgekeurde bereik voor de gebruikstemperatuur
bedraagt -20°C tot 40°C.
De levensduur van de batterij hangt van een aantal
gebruiksomstandigheden af, in het bijzonder van de
gebruikstemperatuur en de ontladingsdiepte. Optimale
prestaties en een maximale levensduur van de batterij worden
verkregen met een temperatuur tussen +15°C en +35°C. Hoge
temperaturen verkorten de levensduur van de batterij; lage
temperaturen verminderen de beschikbare capaciteit.
De batterij ontladen tot 60% of minder maximaliseert de
levensduur van de batterij. De maximaal toegelaten ontlading
is 80% van de C5nominale capaciteit. Nieuwe batterijen
bereiken hun volledige capaciteit na ongeveer drie laad/
ontlaadcycli.
6.3 Ontladen
De doppen bovenaan de batterij mogen niet gesloten of
bedekt worden. Elektrische verbindingen (bv. stekkers) mogen
enkel gemaakt of verbroken worden in een open circuit
(onbelast). Ontladingen van meer dan 80% van de nominale
capaciteit worden gecategoriseerd als diepe ontladingen
en zijn niet aanvaardbaar omdat ze de levensduur van de
batterij aanzienlijk verminderen. Ontladen batterijen MOETEN
onmiddellijk worden opgeladen en mogen NIET in ontladen
toestand blijven.
Opmerking: De volgende bewering geldt alleen voor
gedeeltelijk ontladen batterijen.
Ontladen batterijen kunnen bevriezen. Beperk de ontlading tot
maximaal 80% DOD (depth of discharge, ontladingsdiepte).
De levensduur van de batterij hangt af van de DOD. Hoe
hoger de DOD, hoe korter de levensduur. Er moet een
ontladingsbegrenzer aanwezig zijn op het voertuig.
Bij ontladingen met stroom in het bereik van I1tot I5moeten
de volgende instellingen voor het afsluiten van de krachtbron
worden gebruikt:
• 60% DOD 1,96V
• 80% DOD 1,92V
Bij lagere stroom kunt u advies vragen aan EnerSys.
6.4 Laden
Opmerking: Laad een NexSys®CORE ATEX-batterij nooit op
in een zonegecontroleerde omgeving, tenzij voldaan is aan
speciale voorwaarden, bepaald door de fabrikant.
De NexSys®CORE ATEX-batterijen mogen enkel
opgeladen worden met bijpassende laders van EnerSys.
Bij gebruik van andere laders vervalt de waarborg.
De NexSys®CORE ATEX-batterijen zijn zowel geschikt voor
standaard- als zware toepassingen. Bij standaardtoepassingen
zal de lader (0,2-0,25 laadratio) een tot 80% ontladen batterij
opladen in ongeveer zes uur. Korte tussenladingen zijn toegestaan
(één tussenlading is toegestaan tussen twee hoofdladingen met
een maximale energiedoorvoer van 100% C5).
Laadratio Van 80%
DOD naar
volledig
opgeladen
Van 60%
DOD naar
volledig
opgeladen
Van 40%
SOC (State
Of Charge)
naar 80%
SOC
0,25 C55,5 uur 4,75 uur 1,6 uur
0,20 C56,25 uur 5,25 uur 2 uur
Onder normale omstandigheden hebben de NexSys®CORE
ATEX-batterijen een extreem lage gasemissie. Gebruik om
veiligheidsredenen 1,5A/100Ah C5voor het berekenen van
de gasemissieniveaus. Er moet een afzuigsysteem voorzien
worden voor gassen die vrijkomen tijdens het laden. Tijdens
het laden moeten de deuren, de deksels van de batterijkoffer
(indien aanwezig) en de deksels van de batterijcompartimenten
geopend of verwijderd zijn. De ventilatieopeningen mogen
niet afgesloten of bedekt zijn. Elektrische verbindingen (bv.
stekkers) mogen enkel aan- of afgesloten worden in een open
circuit. Om de batterij op te laden: controleer of de lader
uitgeschakeld is en verbind daarna de batterij met de lader.
Zorg ervoor dat de positieve en negatieve polariteit correct is.
De NexSys®CORE ATEX-batterijen moeten minstens eenmaal
per dag volledig opgeladen worden
6.5 Egalisatielading
Opladers van het type NexSys®, NexSys®+ en Lifespeed iQ™
zorgen automatisch voor een egalisatielading na een gewone
volledige lading (voorwaarden ingebed in het laadprofiel).
7. Onderhoud
Gezien de elektrolyt geïmmobiliseerd is, kan de dichtheid ervan
niet worden gemeten. Verwijder nooit de veiligheidskleppen
van de cellen. Contacteer EnerSys®bij schade aan de kleppen
om ze te laten vervangen.
7.1 Dagelijks
Laad de batterij na elke ontlading op. Controleer de toestand van
de connectoren en de kabels en check of alle isolatiedekkingen
op hun plaats zitten en in goede staat zijn. Neem de batterij
onmiddellijk uit dienst als er zichtbare schade is, en zet ze op
een veilige plaats buiten de gevaarlijke zone. PROBEER NOOIT
ZELF een NexSys®CORE ATEX-batterij TE HERSTELLEN, tenzij
u daarvoor gekwalificeerd bent. Contacteer EnerSys of uw
bevoegde servicevertegenwoordiger voor hulp.
7.2 Wekelijks
Visuele controle van de batterij op tekenen van vuil of
mechanische beschadiging van alle onderdelen. Let vooral op
de laadstekkers en -kabels van de batterij.
7.3 Driemaandelijks
Het is aanbevolen om de spanning uit te lezen op het einde
van een laadperiode, alsook om het volgende te meten en te
noteren:
• de spanning van de volledige batterij
• de spanning van elke cel
Contacteer EnerSys Service bij duidelijke afwijkingen van
eerdere metingen of bij verschillen tussen de cellen. Als de
gebruikstijd van de batterij niet voldoet aan de verwachtingen,
controleer dan:
• of de gevraagde applicatie overeenkomt met de capaciteit
van de batterij
• de instellingen van de lader
• indien nodig, de instellingen van de ontladingsbegrenzer
op het voertuig.