
8
4. Gebruik geen andere accessoires dan die welke
worden aanbevolen door de fabrikant om schade
aan het apparaat en/of letsel te voorkomen.
5. Zuig geen brandende of rokende substanties en
mogelijk brandbare materialen (sigarettenpeuken,
lucifers etc.) op.
6. Zuig geen harde voorwerpen (zoals bouwmaterialen,
glas en spijkers) op.
7. Gebruik het apparaat niet om water of andere
vloeistoffen op te zuigen.
8. Gebruik dit apparaat zoals beschreven in deze handleiding. Indien de veiligheids- en
gebruiksinstructies niet worden opgevolgd, bestaat er kans op elektrische schokken,
brand en/of persoonlijk letsel.
9. WAARSCHUWING: Gebruik het apparaat nooit zonder filters. Een optimale
stofafzuiging is alleen mogelijk met schone filters en een lege stofbak.
10. Houd haar, losse kleding, vingers en alle lichaamsdelen uit de buurt van openingen.
11. Plaats de 12 V-kabel voor aansluiting in de auto op een manier zodat niemand
erover kan struikelen of erin kan verstrikt raken.
12. Rol de 12 V-kabel voor aansluiting in de auto volledig uit voor gebruik. Gebruik het
apparaat NIET als de kabel is opgerold, want dit kan oververhitting veroorzaken.
Om elektrische schokken te voorkomen, mag u de kabel niet doorbuigen, uitrekken
of eraan trekken.
13. Zorg ervoor dat de nominale spanning die op het typeplaatje wordt weergegeven,
overeenkomt met de spanning van de 12 V-kabel voor aansluiting in de auto.
14. Sluit de 12 V-kabel voor aansluiting in de auto aan op een gemakkelijk toegankelijke
sigarettenaansteker zodat u het apparaat snel kunt ontkoppelen in geval van nood.
15. Trek de kabel NOOIT uit de sigarettenaansteker door aan de kabel zelf te trekken en
trek niet aan de kabel om het apparaat te verplaatsen.
16. Om het apparaat los te koppelen van de sigarettenaansteker schakelt u het uit en
trekt u de kabel uit bij de stekker.
17. Houd de kabel en het apparaat uit de buurt van hitte, olie en schimmel.
18. Trek de voedingskabel niet over scherpe randen.
19. Let erop dat de kabel niet bekneld raakt tussen de portieren, ramen of hendels van
het voertuig.
20. PAS OP: Open in geen enkel geval de behuizing van het apparaat. Steek geen
vingers of voorwerpen in de openingen van het apparaat en blokkeer de
ventilatieopeningen niet. De ventilatiesleuven moeten vrij worden gehouden om
een goede werking van het apparaat te verzekeren en gevaarlijke oververhitting te
voorkomen. Dek het apparaat niet af.
21. Dompel het apparaat NIET in water. Raak het niet aan met natte handen. Gebruik
het niet in de buurt van water.
22. Gebruik het apparaat niet als het in water of een andere vloeistof is gevallen. Laat
het nakijken door een gekwalificeerde technicus.
23. Plaats het apparaat NIET in direct zonlicht of in een afgesloten en slecht
geventileerde ruimte of in een ruimte met andere warmtebronnen.
24. Stel het apparaat niet bloot aan regen, water en vocht.
25. Gebruik het apparaat niet als het beschadigd is.
26. Ontkoppel het apparaat als de motor van uw voertuig is uitgeschakeld, anders kan
de batterij overmatig worden belast en leegraken. Als de motor van uw voertuig is
ingeschakeld, dan zou de alternator voldoende vermogen moeten leveren.
27. De stekker zal opwarmen tijdens het gebruik. Zorg ervoor dat de
sigarettenaansteker in het voertuig schoon is en geen sporen van vuil bevat om te
voorkomen dat de stekker of de sigarettenaansteker zou oververhitten.