
Waarschuwingen en aanwijzingen voor het gebruikNL
Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen en aanwijzingen voor het gebruik kan tot ernstige ongevallen en
aanzienlijke letsel- en materiële schade leiden!
Wij stellen ons niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van het niet volledig in acht nemen en
opvolgen van de onderhavige instructies.
Door het in gebruik nemen van de bandenkettingen verklaart u dat u van deze waarschuwingen en de gevolgen van
de niet volledige inachtneming daarvan nota heeft genomen. Ingeval van niet-inachtneming kan geen sprake zijn
van claims tegenover de fabrikant, de importeur en de dealer.
1. Lees de montagevoorschriften zorgvuldig door, en oefen in een droge omgeving de montage van de ketting.
2. Het rijgedrag van het motorvoertuig kan bij gebruik van bandenkettingen worden beïnvloed (zie tevens de
gebruiksaanwijzing van het motorvoertuig).
3. Bandenkettingen mogen alleen worden gebruikt indien het voertuig en de bandenuitrusting inclusief velgen
door de betreffende fabrikant is vrijgegeven voor het gebruik van bandenkettingen.
4. Bandenkettingen mogen alleen voor worden gebruikt voor de voorgeschreven montage en het rijden op een
geschikte ondergrond, maar niet om te trekken, op te tillen of op andere oneigenlijke wijze worden benut.
5. De montagehandleiding dient zowel bij de montage als bij de demontage in zijn geheel nauwgezet te worden
aangehouden.
6. Reeds gebruikte kettingen dienen voor iedere montage visueel gecontroleerd te worden. In geval van
beschadigingen of breekpunten mag in geen geval van de ketting gebruik worden gemaakt. De bandenketting
mag met name niet meer gemonteerd worden, indien de helft van de draadsterkte op op een willekeurige
plaats, ook al is deze nog zo klein, is versleten.
7. De montage dient op effen terrein bij een stilstaand en overeenkomstig de gebruiksaanwijzing gezekerd
motorvoertuig plaats te vinden. De kettingen dienen per as altijd paarsgewijs gemonteerd te worden.
8. Voor uw eigen veiligheid, draag altijd een veiligheidsvest bij de de/montage van tractie-kettingen tevens bij het
verslepen van het voertuig volg de geldende regels van de wegbeheerder.
9. Hou rekening met het eventueel aanzienlijke eigen gewicht van de bandenketting. Het onjuist hanteren
daarmee kan letsel tot gevolg hebben.
10. ATTENTIE! Let bij de montage en demontage in het bijzonder op uw vingers, handen en haren teneinde
letsel door inklemmen of door het terugspringen bij het spannen en losmaken van het spanmechanisme te
voorkomen. Hou alle lichaamsdelen weg zodra het van de ketting voorziene wiel beweegt.
11. Monteer de kettingen alleen op de bandenmaten die op het etiket vermeld worden. De kettingen hebben aleen
een goede pasform als de banden voldoen aan de ETRO-norm en gemonteerd zijn op de aangegeven velgen.
Gebruikt u de kettingen op gereconditioneerde banden, dan moet u de pasform door uw bandenspecalist
laten controleren. Gebruik nooit kettingen die niet goed passen. Hou altijd de bandenspanning aan zoals
aangegeven door de fabrikant. Verlaag nooit de bandenspanning voor of na de mantage van sneeuwkettingen,
daar dit schade aan de banden kan veroorzaken.
12. Vóór ingebruikneming van het voertuig dient te worden nagegaan of de kettingen volgens de voorschriften zijn
gemonteerd.
13. Na de montage dient men zich ervan te vergewissen dat ook bij het tot aan de aanslag draaien van het stuur en
in alle extreme standen geen deel van de ketting langs delen van het voertuig schuurt of daarmee op andere
wijze in aanraking komt.
14. Na het eerste korte stuk rijden (ca. 50-100 m) dient te worden nagegaan of de kettingen goed centrisch zitten
en zonodig dienen de kettingen te worden bijgespannen.
15. De van kettingen voorziene banden mogen niet doordraaien.
16. Controleer na 20 km of de kettingen voor juiste montage, alsmede na een noodstop of na het raken van
de stoep. Als u de kettingen niet demonteer op niet besneeuwde ondergrond moet u de kettingen na 5 km
controleren op slijtage.
17. De kettingen kunnen worden hersteld indien ze zijn gebroken. We adviseren om dit bij de vakhandel te laten
uitvoeren. Gebruik aleen orginele onderdelen bij reparatie.
18. De bandenkettingen mogen niet in een vochtige omgeving worden opgeslagen en dienen tegen chemische
invloeden te worden beschermd.
19. Sneeuwkettingen mogen alleen voor het rijden over met sneeuw of ijs bedekte rijbanen worden gebruikt.
Neem a.u.b. de aangegeven toepassingsgebieden van de sneeuwketting in acht (maak geen gebruik van
sneeuwkettingen in terrein dat niet door de fabrikant als toepassingsgebied is aangewezen).
20. Bij een goed met sneeuw bedekte rijweg mag er met gemonteerde sneeuwkettingen niet harder dan 50 km/h
worden gereden, bij een deels sneeuwvrije rijweg dient er aanzienlijk langzamer te worden gereden.
Warnings and instructions for useE
Non-compliance with these warnings and instructions for use may lead to serious accidents and substantial
damage to persons and property!
No liability will be assumed for damages if caused by non-compliance or only partial compliance with these
instructions.
By using these traction chains you declare that you have fully noted and accepted the warnings as well as
the consequences of their non-observance. In the case of non-observance you will waive any claims against
manufacturer, importer or distributor.
1. Read the mounting instruction carefully and learn how to use the new chain with a mounting test on dry ground.
2. Thedrivingperformanceandhandlingcharacteristicsofthemotorvehiclemaybeinuencedbytheuseof
traction chains (see also owner’s manual of the vehicle).
3. Traction chains may only be used if the vehicle and its tires including rim have been approved for the use of
traction chains by the respective manufacturer.
4. Traction chains may only be used for mounting on tires and driving on suitable ground. They may not be used
for towing, lifting or any other improper purposes.
5. The mounting instructions must be exactly observed in both, mounting and demounting of the chains.
6. Used chains must be subjected to visual inspection before they are mounted. Do not use the chain if it is
damaged or broken. In particular, do not mount the traction chain if more than half of the wire thickness has
worn off on even the smallest area.
7. For mounting the chains, the vehicle must stand on level ground and be secured as instructed in the owner’s
manual. Always used a pair of chains for each axle.
8. For your own safety please wear a safety west when mounting or demounting the traction chain and consider
applicableroadtrafcregulationsincaseoftowing.
9. Beware of the weight that traction chains have. Improper handling may lead to injuries.
10. IMPORTANT!Watchyourngers,handsandhairwhenmountingordemountingthechainstoavoidinjuries
caused by clamping or snapping back when tightening and opening the tightening device. Maintain a distance
as soon as the wheel with the chain mounted starts moving.
11. Mount traction chains only on tire sizes listed on the tire dimension label on the packaging. Chains are
designedtotnewtiresthatcomplytoETRTO-normandaremountedontheassignedrims.Whenmounting
chainsonretreadedtires,thettingofthechainsonthetiremustbecheckedbyaqualiedperson.Donot
usethechainsiftheydonottthetireproperly.Observethetireinationpressureindicatedbythevehicle
manufacturer.Donotreducethetireinationpressurebeforemountingasthismaycausedamage.
12. Before moving the vehicle, check that the traction chains are properly mounted on the tire.
13. After mounting the traction chain, ensure that no part of the chain touches or hits any part of the vehicle – even
when the steering wheel is turned fully on the front axle.
14. Afterdrivingashortdistance(50-100mor150-300ft.)stopthevehicleandrecheckthetightnessandtofthe
traction chain on the tire. Retighten the chain if necessary.
15. Do not spin tires with chains mounted as this will damage the chains and tires.
16. Checkthettingandwearofthetractionchainsafterdriving20km,afteremergencybrakingorafterhaving
touched the curb and/or similar. If the chains are not demounted before driving on snowfree roads the chains
need to be checked after driving max. 5 km.
17. Tractionchainscanberepairediftheyarebroken.Werecommendtoinstructqualiedpersonneltocarryout
repairs. Only use original spare parts for repairs.
18. Keeptractionchainsinadryplaceandprotectthemfromchemicalinuences.
19.
Traction chains must only be used for driving on snow- or ice-covered roads. Observe the areas allowed for use
of traction chains (do not use traction chains off road unless such use is approved by the chain’s manufacturer).
20. On surfaces completely covered with snow, the driving speed with traction chains mounted must not exceed
50 km/h. Drive accordingly slower if the road is partially free of snow.
pewag Schneeketten GmbH, A-8041 Graz, Gaslaternenweg 4, Tel.: +43 316 6070-0, Fax +43 316 6070-100