
1. Veiligheidsinstructies
• Deze werkplaatskraan mag alleen worden bediend door ervaren perso-
nen die bekend zijn met de inhoud van deze gebruikershandleiding.
• De hijslast mag de maximale capaciteit van de werkplaatskraan op elke
positie van de hefarm niet overschrijden.
• Zorg ervoor dat het te hijsen werkstuk stevig is vastgebonden en geen
zijdelingse druk uitoefent op de geheven of hangende last.
• Gebruik alleen stroppen en kettingen met een grotere capaciteit dan de
last.
• De werkplaatskraan dient te worden bediend met goede verlichting en
zonder onnodige obstakels. Zorg ervoor dat de lading tijdens het trans-
port niet wegglijdt of wiebelt.
• Houd het lastzwaartepunt te allen tijde in de kraanbasis.
• Ga niet onder de werkplaatskraan staan als deze met last in geheven
positie staat.
• Plaats en vergendel de vorken van de werkplaatskraan in positie en zorg
dat de pin volledig in het gat van de giek valt.
• Werk niet met de werkplaatskraan als de vorken niet in de juiste positie
staan en de giek niet geborgd is.
• Breng vóór transport de lading naar de laagste stand. Plaats de last na
het verplaatsen op de grond of op de werkbank.
• Gebruik de werkplaatskraan alleen op een ondergrond die waterpas is.
• De werkplaatskraan mag niet op een hellend terrein worden opgeslagen.
• Aan deze werkplaatskraan mogen geen wijzigingen worden aange-
bracht.
• Kinderen en onbevoegd personeel moeten uit de buurt van het werkge-
bied worden gehouden.
• Het niet opvolgen van deze waarschuwingen kan leiden tot persoonlijk
letsel en/of materiële schade.
NLD
3